Kerndoelen

Door het aanbieden van de lessen uit dit lespakket leren leerlingen:

  • wie Ede Staal was.
  • waarom het de moeite waard is om zijn werk te blijven beluisteren.
  • vragen stellen bij het erfgoed van Ede Staal.
  • Groningse taal.
  • erfgoed uit de eigen omgeving koppelen aan onderwerpen uit de regionale of nationale geschiedenis.
  • de regionale of nationale geschiedenis.
  • opgedane kennis in kunstzinnige opdrachten te verwerken.

Dit sluit aan bij de volgende kerndoelen voor:

 

Nederlands

  • 1 – De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
  • 2 – De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
  • 4 – De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema‘s, tabellen en digitale bronnen.
  • 9 – De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.
  • 12 – De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder ‘woordenschat‘ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.

 

Oriëntatie op jezelf en de wereld

  • 34 –De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen. Hiertoe behoort aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • 47 – De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, …
  • 53 – De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis.

 

Kunstzinnige oriëntatie

  • 54 – De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
  • 55 – De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
  • 56 – De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.